Bart van Heeswijk, adviseur bij Connect de Zorg, over werkgeluk in de zorg.
We hebben het in de zorg voortdurend over verzuim. Over uitval. Over burn-out. Maar over werkgeluk? Dat woord valt zelden. Pas als iemand écht omvalt, is er aandacht. En dan is het al te laat. Ik zie het dagelijks en het zit me dwars.
Pas als het misgaat, is er aandacht
Laatst appte een begeleider die wij detacheren bij een forensische organisatie in Eindhoven. Het was rond de feestdagen.
Ze stuurde: “Hé, hoe is het? Zullen we voor het nieuwe jaar nog even bellen?”
Ik dacht meteen: hier zit iets achter. Zo’n vraag stel je niet zomaar.
We belden. En toen vertelde ze wat er speelde: “Mijn vorige werk was hectisch, vol ad-hocsituaties. Dit is heel gestructureerd, afgebakend. In het begin dacht ik: fijn, even rust. Maar nu merk ik dat mijn plezier langzaam wegebt. Ik mis de dynamiek.”
Dat ze dit durfde te benoemen, is niet vanzelfsprekend. In de zorg praten we makkelijker over werkdruk dan over werkgeluk. Over te veel dan over te weinig.
Het taboe op praten over werkgeluk
Waarom is het zo bijzonder dat zij dit durfde te zeggen? Omdat we in de zorg niet gewend zijn om te praten over of we gelukkig zijn in ons werk. Je hoort veel klagen: team valt weer uit, manager is weer weg, te veel administratie. Maar echt het gesprek aangaan over wat jij nodig hebt? Dat doen we niet.
De nadruk ligt op presteren. Er moeten productienormen gehaald worden. Mensen gaan op de automatische piloot naar hun werk, want het levert wat op. Ze kunnen er rekeningen van betalen. Hypotheek, kinderen, een leven dat onderhouden moet worden. En dus ga je maar weer door.
Als je zegt dat je ergens mee zit, of dat nou te veel druk is of juist te weinig uitdaging, wordt dat al snel gezien als zwakte. Dan ben je degene die het niet aankan. Of erger: dan ben je aan het zeuren.
Het verschil tussen generaties
Wat me opvalt: de jongere generatie gaat hier anders mee om. Die vinden het normaler om te zeggen wat ze voelen. Die stellen vragen als: past dit wel bij mij? Word ik hier gelukkig van?
Maar de oudere generatie? Die is opgegroeid met: komt allemaal wel goed. Even doorgaan. Niet zeuren. Morgen voel je je weer beter.
Het probleem is: dat werkt. Tot het niet meer werkt. Je hebt mensen die alles opkroppen en dan ineens uitvallen. Maar je hebt ook mensen die jarenlang doorgaan terwijl het plezier allang weg is. Die vallen niet uit, maar worden langzaam leger.
Juist voor die groep willen wij er zijn. Niet pas als het misgaat, maar daarvoor. Door te vragen: hoe gaat het écht? Door ruimte te maken voor een gesprek over wat je nodig hebt. Zodat je niet hoeft te wachten tot je vastloopt.
Wat is werkgeluk?
Werkgeluk klinkt als een groot woord. Maar het is heel simpel. Voor mij is het: een veilige, warme plek waar je jezelf kunt zijn. Waar je gehoord wordt, gewaardeerd, gerespecteerd. En waar je de dialoog kunt aangaan, ook als het moeilijk is.
Het gaat niet om elke dag een schouderklopje. Het gaat erom dat je kunt zeggen: hé, ik zit even niet zo lekker in mijn vel. En dat daar serieus naar wordt gekeken. Dat het niet meteen een HR-proces wordt, of een manager die niet luistert.
Als je ergens mee zit en je kunt het op tafel leggen, dan neemt de stress al af. Het implodeert niet in jezelf. Er kan iets mee gedaan worden.
We onderschatten hoe belangrijk het is
Veel zorgprofessionals staan op de automatische piloot. Hypotheek, kinderen, rekeningen. Je moet werken om te leven. Je gaat maar door, ook als het niet meer leuk is.
Mensen nemen hun geluk op het werk niet serieus genoeg. Ze denken erover na, maar dan komt de waan van de dag weer. Oh ja, daar heb ik het te druk voor. En in de zorg zijn die dagen mega chaotisch. Die mensen worden geleefd.
Totdat het echt misgaat. Dat ze huilend thuiskomen en denken: misschien moet ik toch eens wat anders gaan zoeken.
Het trieste is: de mensen die wél de stap zetten, ervaren vaak een enorme opluchting. Werkgeluk om reistijd, werkgeluk om doelgroep, werkgeluk om eindelijk gezien te worden. Het kan echt anders. Maar die stap blijft spannend.
Waar het om draait
Werkgeluk begint niet met een nieuw systeem of een ander beleid. Het begint met een simpele vraag: hoe gaat het écht met je? En dan niet als formaliteit, maar met oprechte interesse.
Mark en ik gaan vaak samen op klantbezoek. En dan is de autorit ook altijd even: hoe is het nou met je? Dat creëert een veilige band. Je weet dat het niet in de grote klok wordt gehangen.
Dát is werkgeluk. Dat alles er kan en mag zijn. Dat je het kunt bespreken en delen. En dat je samen kunt kijken: wat is de volgende stap?
Misschien is het tijd om het gesprek te veranderen. Niet alleen over burn-out, maar juist over werkgeluk. Over wat je nodig hebt om met plezier naar je werk te gaan.
Want als we alleen aandacht hebben voor wat misgaat, zijn we altijd te laat.
Bart van Heeswijk Adviseur Connect de Zorg
