Bart van Heeswijk, adviseur bij Connect de Zorg, over waarom we ons werkgeluk onderschatten.
Je ging de zorg in omdat je het mooi vond. Omdat je mensen wilde helpen. Maar ergens onderweg werd het werk iets wat je doet omdat het moet. Omdat het leven doorloopt, omdat er altijd weer een dienst wacht. Tot je op een dag merkt dat de energie op is.
Werken om te leven
Ik spreek veel zorgprofessionals die op de automatische piloot naar hun werk gaan. Ze staan op, rijden naar de instelling, draaien hun dienst en gaan weer naar huis. Het werk levert iets op, zeker. Maar het plezier dat er ooit was, is langzaam verdwenen. De passie waarmee ze ooit begonnen, raakt bedolven onder werkdruk, administratie en personeelstekorten.
En dus gaan ze maar weer. Elke dag opnieuw.
Ondertussen hoor je het klagen wel. Team valt weer uit, manager is weer weg, te veel administratie, te veel vergaderingen. Maar echt het gesprek aangaan over of je nog gelukkig bent in je werk? Dat gebeurt niet. Daar is geen tijd voor. De dagen in de zorg zijn chaotisch, druk, vol personeelstekorten en wachtlijsten. Die mensen worden geleefd.
We nemen het niet serieus genoeg
Ik denk dat we werkgeluk enorm onderschatten. Mensen denken er wel over na. Soms zelfs intensief. Ze piekeren over een overstap, vergelijken vacatures in hun hoofd, fantaseren over hoe het ergens anders zou zijn.
Maar dan komt de waan van de dag. Of de week. En denken ze: oh ja, daar heb ik het eigenlijk te druk voor. Volgende maand wordt het vast beter. Of: ik kijk het nog even aan.
En zo schuiven ze het voor zich uit. Onbewust een beetje wegcijferen. Niet omdat ze niet willen veranderen, maar omdat de stap te groot voelt. Omdat het bekende, hoe vermoeiend ook, in ieder geval voorspelbaar is. Je weet wat je krijgt. Datzelfde salaris, datzelfde team, datzelfde koffiehoekje.
Mensen zijn gewoontedieren. En in de zorg, waar de dagen al zo vol zijn, is er simpelweg geen ruimte om erbij stil te staan.
Tot het niet meer gaat
Het probleem met de automatische piloot is dat hij werkt. Tot hij het niet meer doet.
Je hebt mensen die alles opkroppen en dan ineens uitvallen. Maar je hebt ook mensen die jarenlang doorgaan terwijl het plezier allang weg is. Die worden langzaam leger. Tot er niks meer over is. En dat is misschien nog wel erger, want die vallen niet uit. Die verdwijnen geruisloos.
Vaak is het pas als het echt misgaat dat er iets verandert. Dat iemand uitgeput thuiskomt en denkt: misschien moet ik toch eens wat anders gaan zoeken. Dát is het moment waarop mensen in beweging komen. Niet eerder.
En dat vind ik zonde. Want waarom wachten tot het zover is?
De sprong die niemand durft te maken
Wat mij opvalt: het zijn vaak de hoogopgeleide zorgprofessionals die het langst blijven piekeren. Behandelaren, psychologen, specialisten. Mensen die over veel dingen nadenken, die alles uitpluizen. Die de voor en tegens eindeloos tegen elkaar afwegen.
Soms denk ik: zet die stap dan gewoon een keer. Ga gewoon eens praten. Kijk wat er mogelijk is. Je hoeft niks te beslissen, je hoeft nergens ja op te zeggen. Maar ga in ieder geval het gesprek aan.
Want de mensen die het wél gedaan hebben, ervaren vaak een enorme opluchting. Werkgeluk om reistijd. Werkgeluk om doelgroep. Werkgeluk om eindelijk gezien te worden. Het kan echt anders. Maar die stap blijft voor velen te spannend.
Je hoeft niet te wachten tot het misgaat
Ik geloof dat je niet eerst moet vastlopen voordat je mag nadenken over wat je nodig hebt. Je hoeft niet eerst compleet leeg thuis te komen voordat je het gesprek mag aangaan. Je hoeft niet uit te vallen voordat iemand vraagt: hoe gaat het met je?
Werkgeluk verdient aandacht. Niet als het al te laat is, maar juist daarvoor. Op het moment dat je merkt dat de automatische piloot aanstaat. Dat je niet meer met plezier naar je werk gaat. Dat je elke zondag al tegen maandag opziet.
Dat zijn geen kleine signalen. Dat zijn signalen die je serieus mag nemen.
De automatische piloot uitzetten
Het begint met één ding: eerlijk naar jezelf kijken. Ga ik met plezier naar mijn werk? Geeft het me energie? Of draai ik mee omdat het moet?
Als het antwoord op die laatste vraag ja is, dan is dat geen reden om jezelf de schuld te geven. Het is een reden om in beweging te komen. Niet morgen, niet volgende maand. Nu.
Want je werkgeluk is het waard om serieus te nemen. En je hoeft het niet alleen te doen.
Bart van Heeswijk, Adviseur Connect de Zorg
